Tweede divisie |
|
datum plaatsing |
16-05-1998 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
IEDERE LEERLING van de basisschool heeft een bepaald gewicht. Zo wegen 16 zwarte leerlingen samen net zo veel als 30 witte. Leerlingen van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren tellen dus haast dubbel, 1,9 om precies te zijn. Hierdoor zitten zwarte scholen veel en veel ruimer in hun personele jasje dan witte scholen. U begrijpt dat de reden hiervoor ligt in de veronderstelling dat het moeilijker is om leerlingen met een allochtone achtergrond tot het vereiste eindniveau te brengen dan autochtone leerlingen. Vandaar dat ooit werd besloten scholen met veel van die leerlingen voor hun handicap te compenseren. Aldus werd het ideaal om iedereen zo veel mogelijk gelijke kansen te bieden, vorm gegeven. Gezien de enorme bedragen die ermee zijn gemoeid zou je verwachten dat voortdurend werd onderzocht in hoeverre de extra middelen die worden ingezet ook daadwerkelijk effect hebben. Toen ik zo'n tien jaar geleden in Elseviers Magazine mijn twijfels uitsprak over de zinvolle besteding van die gelden, reageerde toenmalig onderwijsminister Deetman boos en bedroefd: ''Het resultaat dat we met het beleid beogen is nog niet wat het zijn moet. Dat is ook niet zo vreemd als we ons bedenken dat Nederland nog maar kort met een flinke instroom van allochtone leerlingen te maken heeft.'' Overigens kon Deetman helemaal niet weten dat het resultaat niet was wat het zijn moet, om de doodeenvoudige reden dat het departement het nooit had aangedurfd de effecten van de weging te onderzoeken. Willen we de kwaliteit van het onderwijs bewaken, dan zullen we permanent onderzoek moeten doen naar de prestaties van scholen. Als een school onder de maat blijft, moeten we nagaan waar dat aan ligt. Of het ligt aan de school, of er spelen factoren die het extra moeilijk maken. In het laatste geval moet worden bekeken wat daaraan gedaan kan worden. Gelukkig is het vrij simpel om de kwaliteit van basisscholen te meten. Daar kennen we namelijk niet, zoals in het voortgezet onderwijs, het ingewikkelde gedoe van verschillen in vakkenpakketten. Bovendien worden de leerlingen er, via het stelsel van weging, gecompenseerd voor een eventuele leerhandicap. Toch wil staatssecretaris Netelenbos van een eenvoudige, eenduidige publieke vergelijking niet weten. Zij wil de scholen indelen in verschillende categorieën, al naar gelang de samenstelling van de leerlingen. U begrijpt dat een school met veel leerlingen die zwaar wegen, terecht komt in de laagste categorie. De handicap telt dus twee keer: eerst is er compensatie op het personele vlak en vervolgens mogen de uiteindelijke resultaten ook nog eens minder zijn. Witte scholen daarentegen worden samengebracht in een landelijke eredivisie en hebben daar hun eigen competitie. Een zwarte school kan nog zo goed zijn, maar verder dan het kampioenschap van de tweede divisie komt die dus nooit. Kamerlid Ursie Lambrechts van D66 bestrijdt deze vorm van discriminatie, maar vindt daarbij nauwelijks gehoor. Tijdens de verkiezingscampagne werd haar partij verweten dat die in de politieke discussie te weinig zichtbaar is. Die onzichtbaarheid is, lijkt me, niet zo zeer een gevolg van het gebrek aan eigen opvattingen, alswel van de manier waarop die naar buiten worden gebracht. Wie zoals Lambrechts een standpunt huldigt waar niets op af valt te dingen, moet zich niet neerleggen bij een bevoogdende staatssecretaris, en moet zich evenmin van de wijs laten brengen door het CDA en de PvdA die nog steeds niet begrijpen dat je zwakkeren het beste helpt door ze in de gelegenheid te stellen sterk te worden. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
