Vierdaagse |
|
datum plaatsing |
03-07-1999 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Er dreigt een lerarentekort. De oplossing die de VOO, de Vereniging voor Openbaar Onderwijs, heeft bedacht getuigt van een ontroerende eenvoud: breng het aantal jaarlijkse schooluren terug met tien procent, dan kan het werk worden gedaan in vier dagen. Deze maatregel zal ongetwijfeld ook effectief blijken te zijn bij de bestrijding van het lerarentekort op langere termijn: drie dagen per week vrij en ook nog eens meer vakantie dan ‘gewone’ mensen, wie wil er dan geen leraar worden? Als argument waarom dit een realistische oplossing zou zijn, wordt verwezen naar het buitenland. Het aantal jaarlijkse lesuren is daar namelijk in het algemeen beduidend minder. Een van genoemde voorbeelden is Frankrijk. Vergelijkingen met het buitenland zijn meestal aanvechtbaar. Dat is logisch want ze worden in de regel gebruikt als argument om het eigen belang te dienen. De aandacht gaat dus voornamelijk uit naar de verschillen waar de vergelijker zijn voordeel mee denkt te doen. Zo ook in dit geval. Iets wat hier bijvoorbeeld over het hoofd wordt gezien is dat het jaarlijkse aantal lesuren in Frankrijk weliswaar 75 minder is dan in Nederland (975 versus 900), maar dat in Frankrijk 84 procent van de leerlingen in de leeftijd van 2 – 5 jaar de kleuterschool bezoekt. Een ander verschil is gelegen in de langere Franse vakanties. In Frankrijk is het gewoon dat leerlingen in die periode ook aandacht besteden aan schoolwerk. In elke supermarkt vind je boekjes met opdrachten, duidelijk aansluitend bij de leerstof van de verschillende leerjaren waarmee de leerlingen worden geacht ook tijdens de vakantie de school niet te vergeten. Maar het belangrijkste verschil is vermoedelijk gelegen in de manier waarop in de scholen wordt gewerkt. In Frankrijk is men er, veel meer dan bij ons, vrijwel uitsluitend gericht op leren en na een lange schooldag krijgen de leerlingen meestal ook nog eens behoorlijk wat huiswerk mee. De 35-urige werkweek waar dat land vol van is, geldt opvallend genoeg niet voor jonge mensen. Bij ons gaat het er, zeker in het basisonderwijs, in het algemeen prettig ontspannen aan toe. De prijs die zou moeten worden betaald voor een vierdaagse werkweek is dan ook hoog. Ik vraag me af of veel leraren en ouders daar aan willen als ze dit op zijn consequenties doordenken. Minister Hermans heeft het idee niet meteen van de hand gewezen. De Tweede Kamer had daar forse kritiek op. Die deel ik niet. De terughoudende opstelling van de minister past bij het toekennen van meer autonomie aan onderwijsinstellingen. Als een school zou besluiten over te gaan op een kortere werkweek en als het personeel daar de consequenties van aanvaardt, worden daarmee de keuzemogelijkheden voor zowel leraren als ouders vergroot. Daar kunnen we met z’n allen alleen maar blij om zijn, maar het is natuurlijk te dwaas voor woorden wanneer een gemeente meent dat dit voor alle openbaar onderwijs zou moeten gelden. Overigens mag je de minister en zijn voorganger in dit verband wel degelijk een en ander aanrekenen. Zij zijn ermee akkoord gegaan dat de werkweek werd verkort en dat leraren daarmee extra adv-dagen kregen. Daarmee is het Nederlandse basisonderwijs, waar werken in deeltijd toch al eerder regel is dan uitzondering, onnodig extra chaotisch geworden. Dat is niet goed voor het onderwijs, want dat is natuurlijk gebaat bij continuïteit en regelmaat. Op die oorzaak van de problemen nu had ik, als ik Kamerlid was geweest, de minister wèl en ook al veel eerder aangesproken. Die hele adv is voor het onderwijs trouwens volstrekt onzinnig. Waarom? U krijgt van mij zeven weken de tijd om daarover na te denken. Prettige vakantie. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
