Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Ironie en niks

Ironie en niks


datum plaatsing

1999

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


In Het Onderwijsblad, het clubblad van de Algemene Onderwijsbond, zijn twee plekjes ingeruimd voor onderwijsspecialisten uit de Tweede Kamer. Die mogen daar reclame maken voor zichzelf. Ursie Lambrechts van D66 doet dit al jaren en dat is wellicht de reden waarom zij in mijn ogen een tikkeltje overmoedig is geworden. “Helaas heb ik van onderwijs weinig verstand”, begon zij laatst haar column. “Van water”, vervolgt zij dan, “gelukkig meer. Dat ik toch woordvoerder onderwijs ben geworden, zit zo. Tijdens mijn allereerste fractievergadering ging ik voor de gezelligheid even koffie en taartjes halen. Fout natuurlijk, maar wist ik veel. Toen ik terugkwam, waren Verkeer en Waterstaat, en Schiphol, net als Buitenlandse Zaken en de Asielzoekers – mijn andere interesses – al lang verdeeld.”
Pronk en Netelenbos wekken zelfs als minister de indruk op het verkeerde moment met koffie en taartjes in de weer te zijn geweest. Dat binnen een Tweede Kamer-fractie portefeuilles lichtzinnig worden verdeeld en dat Kamerleden ergens anders terechtkomen dan waar ze verstand van hebben, kwam me dan ook weinig onwaarschijnlijk voor. Ik nam de woorden van Ursie Lambrechts dus serieus, ook al verbaasden ze me, want doorgaans toont zij zich uitermate verstandig en redelijk. En nu ineens die tactische faux pas.
Het toeval wilde dat, enkele dagen nadat ik dit had gelezen, we elkaar ontmoetten. Toen ik haar vertelde over mijn verwondering bij het lezen van haar column, reageerde ze hoogst verbaasd. Of ik nou werkelijk niet had begrepen dat dit stukje ironisch bedoeld was. Nee dus. Maar had ik dan niet verder gelezen, want dan moest mij toch een licht zijn opgegaan. Nog steeds niet dus. Niet dat ik alles even serieus nam, maar wel dat begin. Geheel ten onrechte dus.
Ironie is een valkuil omdat die veronderstelt dat de gemoedsgesteldheid waarmee we iets beweren, door de ontvanger van onze boodschap wordt herkend. Was Lambrechts te stoutmoedig of ik te droogkloterig? Ik zou het niet weten.
Wie niet bang hoeft te zijn voor een dergelijke vorm van miscommunicatie is de politieke columnist die figureerde in hetzelfde nummer, Clemens Cornielje. Dit wakkere VVD-Kamerlid lijkt weinig last te hebben van literaire aspiraties en al helemaal niet geneigd tot ironie. “1999 zal een gedenkwaardig jaar worden.”, zo opent hij zijn beschouwing, “Duizend jaar is voor ons een onvoorstelbaar lange periode. De afgelopen eeuw staat in het teken van steeds snellere ontwikkelingen. Aan het begin van deze eeuw werden de eerste schreden gezet op het terrein van de luchtvaart. Vandaag bouwt men een ruimtestation.’ En zo gemeenplaatst ons Kamerlid nog een hele tijd schaamteloos verder. Ten slotte komt hij terecht bij de leraar: “De vraag is of het beroep van de leraar in de nieuwe eeuw op dezelfde wijze voortgang zal vinden als de afgelopen 25 jaar. De ontwikkelingen op kennisgebieden en in de maatschappij zullen zich in een versneld tempo doorzetten. Dat vraagt om een nieuwe visie op het beroep en het onderwijs zelf. De beroepsgroep zou aan het begin van een nieuwe tijd de overstap moeten maken naar verdere modernisering. Veranderingen worden vaak als bedreigend ervaren, maar zij bieden ook kansen tot verbetering.”
Zo kreupel van taal, zo onvoorstelbaar nietszeggend van inhoud, zo volstrekt gespeend van visie, van eigen kijk, en dan die pretentie: te menen daarmee op te kunnen roepen tot een nieuwe visie. Zo helemaal niks.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: