Privileges |
|
datum plaatsing |
31-12-2000 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
In Frankrijk gaan alle leerlingen voor de basisvorming naar het collège, en vervolgens naar het lycée waar uiteindelijk ruim driekwart van de leerlingen het bac, het baccalauréat, haalt. Dat is natuurlijk een fantastische score voor wie denkt dat dit diploma vergelijkbaar is met ons Nederlandse havo of vwo, maar dat is geenszins het geval. Zo heeft men de einddiploma’s voor allerlei beroepsopleidingen gerangschikt onder het bac professionel dat zeer wisselend van niveau is. Het middelbaar onderwijs in Frankrijk lijkt met zijn middenschool buitengewoon democratisch, maar de werkelijkheid is anders, iets waar Nederlandse francofielen zich nogal eens op plegen te verkijken. Als je uit een goed nest komt en dus op een prima school zit, is je toekomst redelijk verzekerd. Op zo’n school wordt door de leerlingen overigens buitengewoon hard gewerkt en ze leren er ook ontzettend veel over Franse geschiedenis, Franse literatuur en Franse cultuur, maar over de wereld buiten Frankrijk maar bitter weinig. Belezen en erudiet maken ze zich, na het behalen van het bac, op voor het concours, het toelatingsexamen tot een van de vele écoles, een systeem van tertiair onderwijs waar de beste leerlingen op goed geoutilleerde instituten onderwijs krijgen van de beste docenten. Anderen, minder begaafd of afkomstig uit weinig gegoede nesten, kunnen terecht op de universiteiten waar de condities veel minder zijn. Claude Allègre, tot voor enige tijd minister van onderwijs, heeft geprobeerd het voortgezet onderwijs te hervormen. Nu kun je in Frankrijk als overheid alleen maar iets veranderen wanneer het personeel dat ook wil. Aan hun privileges mag niet worden getornd. Overheidspersoneel gaat vijf tot tien jaar eerder met pensioen dan gewone mensen, de hoogte van het pensioen is gebaseerd op het laatst verdiende loon (en niet op het gemiddelde zoals in het bedrijfsleven), ze kennen er meer vrije dagen, de zekerheid van de baan en nog talloze andere voorrechten. Bovendien betalen ze geen premie voor hun pensioenen. Die worden betaald uit de algemene middelen. In Nederland vinden we het al een probleem dat dit geldt voor de AOW. In het vergrijsde Frankrijk geldt dat voor alle pensioenen van het hele relatief omvangrijke (semi)overheidspersoneel. Ik heb het altijd verbazingwekkend gevonden dat men daar niet tegen in opstand komt. Inmiddels meen ik te weten hoe dat komt. De bevolking in het centralistisch geregeerde Frankrijk heeft een hartgrondige afkeer van de overheid. De hervormingen die Allègre voorstond hielden onder meer in: meer ruimte voor de scholen voor eigen beleid. Dit laatste is hard nodig want het Franse onderwijs sluit absoluut niet aan bij de nieuwe economie en internationalisering, noch bij de situatie in de afzichtelijke, verpauperde banlieus die karakteristiek zijn voor alle Franse steden van enige omvang. Dankzij onze welvaart vergeten we wel eens dat een paar honderd kilometer naar het zuiden toe het economisch helemaal niet zo voor de wind gaat. Terwijl hier werkgevers van alles bedenken om jongeren binnen te halen zit in Frankrijk ruim een kwart van de jongeren tot 25 jaar zonder werk. Net zoals het personeel van de spoorwegen, de metro, de post, de belastingdienst, willen ook de leraren dat er niets verandert. Want die machtige overheid, daar heeft iedereen dan wel ontzettend de pest aan, het is ook de instantie die de macht bezit om privileges te handhaven. Frankrijk, één groot Amsterdams GVB, probeer daar maar eens iets van te maken. Claude Alègre is inmiddels vervangen door de populaire Jacques Lang die, om populair te blijven, alles bij het oude laat. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
