Rinnooy Kan |
|
datum plaatsing |
25-03-2000 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Het bedrijfsleven floreert als nooit tevoren. De conjuncturele golfbeweging van goede tijden slechte tijden lijkt vervangen door een gestaag stijgende lijn. Toch is het niet eens zo lang geleden dat er sprake was van een diep gevoelde recessie. Wie wil weten hoe zeer dit leidde tot angst en doemdenken kan terecht bij de chroniqueur van de tweede helft van de afgelopen eeuw, J.J. Voskuil. Najaar 1983 houdt de hoofdpersoon van de romancyclus Het Bureau, Maarten Koning, een voordracht waarin hij een parallel trekt tussen het economische klimaat van dat moment en de jaren dertig en aangeeft waarom de situatie van dat moment ernstiger is dan toen. “Het verschil is dat de daaraan voorafgaande welvaart toen minder groot was dan nu en dat de depressie nu dieper lijkt te worden dan toen.” De angst zat er dus diep in. De overheid zette het mes in wetenschap en onderwijs. Dat mes heette kaasschaaf, en zoals iedere kaasgebruiker weet, blijft er bij herhaald gebruik van de schaaf, weinig méér over van de kaas dan een taaie, uitgedroogde, smakeloze plak. Bij de bezuinigingen in die jaren speelde slechts één criterium een rol: het wel en wee van de BV Nederland. Dat men ging bezuinigen op bejaarden, zieken of psychiatrische patiënten, was gezien vanuit dit gezichtspunt dan ook niet meer dan logisch: deze zorg heeft immers uitsluitend te maken met beschaving en voor beschaving koop je als BV maar bijster weinig. In het licht van dat BV-denken was het daarentegen wel wonderlijk dat even hartstochtelijk werd bezuinigd op de voedingsbron van de BV: het onderwijs. Een smakeloze uitgedroogde plak als motor voor de economie, dat schiet natuurlijk niet op. Ik heb het dan ook altijd verbazingwekkend kortzichtig gevonden dat de werkgeversclub VNO zich niet tegen dit beleid verzette. Maar, zo heb ik indertijd mogen ervaren, het tegendeel was het geval. Die club hield zich bewust op de achtergrond met als argument dat zij moeilijk kon treden in de beslissingen die de politiek nam. In het licht van deze voorgeschiedenis vond ik het dan ook een curieuze vertoning toen ik een dezer dagen de o zo keurige, een zekere schijn van wijsheid en eruditie uitstralende Rinnooy Kan op de televisie hoorde verklaren hoe fout het was van de overheid dat die te laat had ingezien dat in het onderwijs diende te worden geïnvesteerd. Toen ING-bestuurder Rinnooy Kan voorman was van de VNO en daarmee een factor van politieke betekenis, hield hij zijn mond. Overheid en bedrijfsleven verwachtten het toekomstige heil voor Nederland vooral van zijn functie als mainport. Het kan verkeren, en daar plukken we nu de wrange vruchten van. Een voorbeeld, omdat het hier gaat om een verband dat zelden wordt gelegd. Toen de buitenlanders in het kader van de gezinshereniging massaal naar toe kwamen, werden er allerlei initiatieven ontwikkeld om hen Nederlandse les te geven. Ik herinner me uit die tijd talloze studenten die dit soort werk deden als vrijwilligerswerk. Daardoor kregen die programma’s een amateuristisch karakter en ontbrak het aan continuïteit. Iedereen moest zelf het wiel uitvinden, kortom als die goedbedoelde initiatieven stierven een geleidelijke dood. Nu zitten we met het probleem datr de kinderen en kleinkinderen van deze immigranten met hun nauwelijks overbrugbare taalachterstand slecht passen in de brainport-richting die we op moeten. Het is natuurlijk hoogst onfatsoenlijk om de overheid te verwijten niet te hebben gezien wat jezelf zo mogelijk nog minder besefte. Maar het past niet bij in de wereld van waanwijzen om dat te beseffen. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
