Inspecteren in Polderland |
|
datum plaatsing |
26-02-2000 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
In een discussieprogramma op AT5, de Amsterdamse lokale tv-zender, ontving discussieleider Felix Rottenberg vorige week zijn vroegere wederhelft Ruud Vreeman met wie hij ooit het voorzitterspaar van de Partij van de Arbeid vormde. Vreeman is inmiddels burgemeester van Zaanstad. Wat vond hij dan van de onderwijsachterstand van allochtonen? Dat vereist een stevige aanpak, aldus de magistraat: vanaf het begin de resultaten goed meten, vinger aan de pols houden, vroeg beginnen met taal, kortom ferme taal van een ferm bestuurder die zichzelf typeerde als praktijkgericht. Van welke praktijk, had ik willen weten, maar het panel vroeg niet door. Hun kennis van de materie was blijkbaar te beperkt wat niet zo verwonderlijk is aangezien het collectieve denken over deze aangelegenheid nog maar een paar maanden oud is. Een interessante vraag was bijvoorbeeld geweest of Vreeman zelf ooit de moeite had genomen zijn ideeën voor het voetlicht te brengen. Als voorzitter van een partij die zich steeds met hand en tand heeft verzet tegen de politiek die Vreeman nu zo achteloos als vanzelfsprekend verkondigt, zou dat een revolutie hebben betekend. PvdA-staatssecretaris Netelenbos wilde niet weten van publicatie van cito-scores. Marleen Barth, een van de jonge honden met wie de Kamer onder Rottenbergs en Vreemans voorzitterschap werd vernieuwd, verkondigt doorlopend niets te moeten hebben van cijfers. Integendeel: dankzij het verplichte vak statistiek heeft zij in haar studie geleerd cijfers te ontmaskeren. Dat je er ook iets mee kunt doen is haar ontgaan. Geen Vreeman die zich roerde. En wat is de ferme aanpak van staatssecretaris Adelmund? Een beperkt aantal scholen aanwijzen als laboratorium voor hoe het moet. Dat betekent eerst uitproberen, terwijl we weten dat intussen talloze scholen stuiten op heel andere dan didactische of onderwijskundige knelpunten. Een paar voorbeelden. Toen ik enige tijd geleden scholen gratis leraarsassistenten aanbood beschouwden witte scholen dat als een geschenk uit de hemel, maar de reactie van de meeste zwarte scholen was: we barsten van het personeel en we moeten er niet aan denken dat er nog iemand bijkomt: wie moet die dan weer aansturen? Geef ons maar een extra directeur. En waar moeten we zo’n nieuwe kracht neerzetten? De hele gang zit al vol. Hier kan echt niemand meer bij. Als ik staatssecretaris was zou ik iemand inhuren die bij alle scholen langsgaat en bekijkt hoe eventuele problemen samen met de school op te lossen. Dat kan zijn beter leermateriaal, meer tijd voor de directie, een medewerker die zich richt op het verzuim en contacten onderhoudt met ouders, ondersteuning leerkrachten bij de kleuters of bij de praktijklessen, extra ruimte, etc. Of, niet te vergeten, helemaal niets, want met alle plotselinge aandacht voor wat er mis is wordt al gauw vergeten dat het op veel scholen allemaal prima loopt. Generale maatregelen zijn zinloos, daarvoor verschilt de situatie van school tot school te veel. Knelpunten vinden we niet alleen in het basisonderwijs, maar ook, en wellicht zelfs nog meer, in het lager en middelbaar beroepsonderwijs. De directeur van een school in Rotterdam vertelde mij het volgende. Na een technische opleiding in het voorbereidend beroepsonderwijs kan een leerling in principe doorstromen naar een middelbare technische school. Voor de theoretisch zwakke, meestal allochtone leerlingen, die met een b-diploma, is zo’n opleiding niet haalbaar. De aangewezen weg voor hen is gaan werken en een dag in de week naar school. Wij krijgen, aldus de directeur, ieder jaar tientallen leerlingen die eigenlijk zouden moeten gaan werken, maar die daar geen zin in hebben. Zij laten zich bij ons inschrijven. Ze komen haast nooit. Als je hen daarop aanspreekt hebben ze altijd smoezen, zijn ziek geweest, altijd hebben ze wat en als je ze wegstuurt schrijven ze zich elders in. Naast hun studiefinanciering werken ze een dag of twee in de week zwart en hebben zo een makkelijker leven en meer inkomen dan degenen die gaan werken. Aan hun toekomst werken ze niet en daardoor glijden ze gemakkelijk af in de criminaliteit. Een van de belangrijkste factoren die bijdragen aan de arbeidsvreugde is “resultaten zien van je werk”. Wat denkt u dat dit betekent voor leraren die geacht worden les te geven aan deze leerlingen? Dit soort situaties die slecht zijn voor alle betrokkenen daar zou ik in eerste instantie mijn beleid op richten. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
