Rare sprongen |
|
datum plaatsing |
01-11-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
In Amerika gebeurt alles altijd even eerder dan bij ons. Zo ook in dit geval. Een artikel in de Wall Street Journal van 2 juli j.l. opent met de mededeling dat de lerarenopleidingen zich hebben gekeerd tegen een regeringsvoorstel, en verbindt daaraan de conclusie “so the Bush Administration must be doing something right”. Een regelrechte oorlogsverklaring van de krant aan het onderwijsestablishment dus. De onvrede bij de lerarenopleidingen in Amerika betreft een probleem dat ook voor ons uitermate herkenbaar is: de instroom in het voortgezet onderwijs van leraren met een andere dan traditionele lerarenopleiding. Ik citeer: De traditionele diplomering zoals de lerarenopleidingen die kennen, hecht even zeer, of zelfs nog meer aan het ‘hoe’ als aan het ‘wat’. Tegen de tijd dat een leraar wiskunde afstudeert, schampert de krant, weet hij soms wel maar soms ook niet wat rekenen is, maar hij weet altijd alles over hoe het te onderwijzen. Nu heeft, zo gaat de Wall Street Journal verder, een commissie bestaande uit weinig conventionele onderwijsdeskundigen de opdracht gekregen nieuwe bevoegdheidseisen voor leraren te formuleren die, voor wat betreft de vakinhoudelijke deskundigheid, moeten gaan gelden voor alle leraren, ook die van de lerarenopleidingen die tot nog toe de vrijheid hadden hun eigen eisen te stellen. Terwijl, aldus nog steeds de Amerikaanse krant, ouders de enthousiaste en deskundige zij-instromers in de highschools vaak als een zegen ervaren, worden ze door het onderwijsmonopolie gezien als een bedreiging. Daardoor wordt het hen vaak onnodig moeilijk gemaakt om een formele bevoegdheid te verwerven. Het artikel besluit met: “Three cheers to the Bush Administration for picking this fight. Alternative certification will clear the way for intelligent, talented (and much-needed) teachers to head to the front of the classroom.” Wat is er nu zo leerzaam aan dit voorval? In de eerste plaats dat de krant openlijk aangeeft de buik vol te hebben van de gevestigde onderwijsbobo’s. Ook in Nederland is een dergelijke weerzin tegen traditionele machtsorganen die krampachtig hun posities verdedigen –denk aan Erica Terpstra- evident. Wij zijn gewend dat verschijnsel te verklaren uit Pim Fortuyn, maar zijn rol was meer die van katalysator dan van oorzaak. Het zit veel dieper en is, zoals uit bovenstaand voorval blijkt, ook veel algemener verbreid. Zo roept ook de geslotenheid van de sector onderwijs in Nederland bij velen een vergelijkbare weerstand op; dat merk ik wekelijks aan de reacties van lezers op mijn stukjes. Het toeval wil dat in Nederland iets speelt wat heel goed vergelijkbaar is met de kwestie waar de Wall Street Journal over schrijft: het gaat over een notitie van de minister, getiteld ‘een samenhangend opleidingsstelsel voor de onderwijsberoepen’. Daartoe wordt een commissie van deskundigen in het leven geroepen waarvan de leden à titre personnel door de minister van OC&W worden benoemd. Van der Hoeven passeert daarmee de organen die het in Onderwijsland altijd voor het zeggen hebben gehad, waaronder de bonden. Three cheers, zou ik zeggen, maar Walter Dresscher, de voorzitter van de AOb, de Algemene Onderwijsbond denkt daar heel anders over. Voor hem is dat “absoluut onacceptabel”. De bond vindt het voorstel “ondemocratisch, niet transparant en tegenstrijdig aan de, ook door de minister gepropagandeerde, deregulering en autonomievergroting van de onderwijssector”. Die argumenten slaan natuurlijk helemaal nergens op. Niet alleen katten, ook bobo’s in het nauw maken rare sprongen.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
