De schuldigen volgens Jan Willem |
|
datum plaatsing |
04-10-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Velen van de buitenlanders die in het kader van de gezinshereniging hier naar toe kwamen, vonden huisvesting in de oude wijken van de grote steden. Niemand vertelde de nieuwkomers hoe zij zich als bewoner dienden te gedragen, wie verantwoordelijk was voor het schoonhouden van welk deel van het trappenhuis, dat het niet de bedoeling was dat daar vuil werd gestort, dat in die oude, gehorige woningen de mensen rekening met elkaar dienden te houden door vloerbedekking op de vloer, de tv niet te hard, kinderen niet tot diep in de nacht laten spelen in het trappenhuis, etc. Met als gevolg dat de woningen en de buurten verloederden. Daarmee werden de problemen die de komst van buitenlanders met zich meebrachten gelegd op de schouders van de zwaksten in onze samenleving: de bewoners van goedkope huurwoningen in vaak verouderde wijken. Wanneer ze het waagden te klagen over hun nieuwe buren, werden ze beschuldigd van racisme. Er werd niet naar hen geluisterd, het was politiek niet correct hun problemen serieus te nemen. Het gevolg was dat veel van de oorspronkelijke bewoners de stad ontvluchtten. Zij vonden huisvesting in de zogenaamde overloopgebieden, in nieuwbouw in de omliggende gemeenten. In een interview met deze krant vertelt Jan Willem Duyvendak, de vroegere directeur van het Verwey-Jonker Instituut, dat er soms ook wel oog was voor autochtonen, en dat daardoor de nieuwkomers tekort werd gedaan, want zo zegt hij, “dan dacht men vooral: laten we niet te veel doen voor allochtonen, dan worden autochtonen jaloers.” Daarmee verklaart hij waarom het niet altijd even voortreffelijk ging met de integratie van de buitenlandse nieuwkomers. De huidige, onevenwichtige bevolkingssamenstelling van de grote steden is het gevolg geweest van het volstrekt ontbreken van aandacht en begrip voor de autochtonen in de buurten waar de nieuwkomers werden gehuisvest. Hen overkwam wellicht het ergste wat we mensen kunnen aandoen, namelijk dat hen hun vertrouwde omgeving, hun buurt, werd afgenomen. Zij vonden bij niemand begrip voor hun problemen, ook niet bij de politici en opinieleiders aan wie ze tot dan toe hun stem en hun vertrouwen hadden geschonken: de Partij van de Arbeid en de Vara en nog veel minder bij de partijen die uiteindelijk zouden opgaan in NieuwLinks. De oorzaak van deze kloof tussen socialistische partijen en hun oorspronkelijke achterban werd gelegd bij de slachtoffers: hun politieke desinteresse, hun vertrossing. En nu, achteraf, krijgen zij door Duyvendak ook nog eens het mislukken van de integratiepolitiek in de schoenen geschoven. In de grote steden is, wat het onderwijs betreft, sprake van volledige segregatie, werd onlangs geconstateerd en iedereen vroeg zich af hoe dat nou kwam en of het niet anders zou kunnen. Ik kan u verzekeren: het kan echt niet anders. Het is het logische gevolg van het hier geschetste beleid, waardoor het middensegment onze steden is ontvlucht. Daardoor is de bevolkingssamenstelling in de grote steden er een geworden van welgestelde hoogopgeleiden en studenten aan de ene kant en laag opgeleiden, voornamelijk allochtonen, aan de andere kant. Het daartussen liggende segment, de middenklasse in al haar schakeringen die de opstap had moeten zijn naar integratie, is al jaren geleden uit de steden vertrokken. Dit maakt de integratie van buitenlanders tot een onmogelijke opgave. Maar dankzij Jan Willem weten we dat de schuld van deze uitzichtloze situatie niet ligt bij de politici en opinieleiders die zich onverschillig toonden voor de mensen op wie de problemen rond de nieuwkomers werden afgewenteld. Met hun jaloezie waren de slachtoffers zelf de werkelijke schuldigen.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
