Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Fraude

Fraude


datum plaatsing

28-06-2003

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Met de invoering van het studiehuis zijn scholen voor havo en vwo steeds meer de ruimte gaan nemen om het schoolonderzoek op een geheel eigen manier aan te pakken. Daar is niets op tegen, het gaat niet om de manier waarop maar om het uiteindelijke resultaat. Dat moet overal zo ongeveer gelijk zijn, want uiteindelijk fungeert het einddiploma als kwalificatie voor toelating tot hogeschool of universiteit. De docenten daar moeten uit kunnen gaan van een bepaald niveau, waar ze vervolgens op verder kunnen bouwen.
De vrijheid van de scholen betreft dus de manier waarop, de weg waarlangs, en niet het eindresultaat. Hoe meer de wegen verschillen des te groter ook zullen de verschillen zijn tussen de manieren waarop de resultaten worden getoetst: door middel van een werkstuk voor een bepaald vak of voor een combinatie van vakken, een mondelinge of een schriftelijke toetsing, een verslag van verrichte activiteiten, of allerlei mogelijke combinaties hiervan. Hoe groter de verschillen in wijze van toetsing, des te moeilijker zal het zijn om ervoor te zorgen dat overal sprake is van hetzelfde niveau.
Wil je de kwaliteit van het onderwijs bewaken dan zijn er twee mogelijkheden: de vrijheid bij het schoolonderzoek inperken, of ervoor zorgen dat er sprake is van externe controle. Die vrijheid inperken, dat zullen maar weinigen willen. Het zou ook faliekant in strijd zijn met de ontwikkeling die het onderwijs de laatste jaren heeft doorgemaakt. Dus rest het tweede: de externe controle. Dat werd in een ver verleden gedaan door gecommitteerden, maar toen omvatte dat schoolonderzoek ook niet meer dan een mondeling examen van zo’n twintig minuten. Nu, met de huidige omvangrijke schoolonderzoeken, zou zo’n externe controleur daar een jaartaak aan hebben. Dat is dus geen realistische oplossing. Dus rest ons niets anders dan het gemeenschappelijke deel van het eindexamen dat voor alle leerlingen hetzelfde is: het centraal schriftelijk. Ik weet het, waarde lezer, dat is natuurlijk een heel gebrekkige maatstaf voor het schoolonderzoek: het betreft grotendeels andere leerstof op ook nog eens een andere wijze getoetst. Vandaar dat een leerling met een matig cijfer voor bijvoorbeeld het schoolonderzoek Frans het heel goed kan doen op het centraal schriftelijk. Of andersom. Maar over het geheel genomen gaat het om examenstof van een zelfde niveau. Als het goed is tenminste.
Als het gaat om examens van hetzelfde niveau is er geen enkele reden aan te voeren waarom het gemiddelde voor het een hoger of lager zou zijn dan voor het ander. Een vwo-school met een gemiddelde voor het schoolonderzoek van 6,3 zal dus ook ongeveer een 6,3 gemiddeld op het centraal schriftelijk scoren. Iets hoger misschien, omdat er bij een schoolonderzoek weleens kan worden herkanst. Bij de Amsterdamse scholengemeenschap Esprit liggen de resultaten van de schoolonderzoeken gemiddeld 1,6 punt hoger dan die van het centraal schriftelijk. Gemiddeld!!! Dit deugt natuurlijk van geen kanten. In iedere andere sector zou men in een vergelijkbaar geval spreken van fraude, en dat is het natuurlijk ook.
Sommige scholen willen af van het centraal schriftelijk omdat zij het ervaren als een belemmering voor een eigen aanpak. Ik zou dat als ik minister was nooit toestaan: het is het enige instrument waarover zij beschikt om het niveau van de eindexamens te bewaken.
Het centraal schriftelijk afschaffen of facultatief maken leidt op den duur onherroepelijk tot een devaluatie van de waarde van einddiploma’s en, als gevolg daarvan, tot de invoering van toelatingsexamens door hogescholen en universiteiten, en dat willen, denk ik, maar weinigen.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: