Gemakkelijk verdiend |
|
datum plaatsing |
14-06-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Economieleraar Ton van Haperen liet enige tijd geleden in deze krant weten dat het eigenlijk best meevalt met het lerarentekort, en hij wees daarbij op een inderdaad curieus verschijnsel. U herinnert zich wellicht uit uw eigen schooltijd dat er leraren waren die naast het lesgeven zich uitsloofden op allerlei gebied: werkweek, excursies, sportdagen, begeleiding van de schoolkrant, als er wat te doen was, waren zij er altijd bij. Daarnaast waren er ook leraren die buiten de lessen zelden iets extra’s deden. Bijvoorbeeld omdat zij meer op hadden met hun vak dan met pubers, of omdat zij studeerden voor een bevoegdheid of aan het lesgeven zelf hun handen al meer dan vol hadden. Die verschillen, daar deed niemand moeilijk over, en dat bleef zo zolang er op de school genoeg jonge honden rondliepen die hun teveel aan energie graag aan die buitenschoolse activiteiten wilden spenderen. Maar van die jonge honden, daar kwamen er als gevolg van de vergrijzing steeds minder van, zodat het steeds moeilijker werd vrijwilligers te vinden voor dergelijke extra taken. Dat probleem werd opgelost met behulp van een absurde maatregel. Besloten werd die taken in kaart te brengen en te verdelen over alle leraren. Maar die hadden toch al een baan? Dat andere deden ze toch op basis van vrijwilligheid? Nee. Terwijl leraren in Nederland meer uren lesgeven dan hun collega’s vrijwel overal elders in de wereld, werd besloten dat de lesgeeftaak niet een volledige baan inhoudt. Daar kon best een schepje bovenop. Van Haperen vindt het absurd te klagen over een tekort aan leraren, zo lang zij verplicht worden allerlei taken uit te voeren die net zo goed of zelfs beter door anderen gedaan kunnen worden. Hij heeft natuurlijk gelijk. Dat ook veel leraren zelf daar overigens heel anders over denken heeft te maken met een gebrek aan professioneel bewustzijn. Als een ziekenhuis zijn artsen zou verplichten te surveilleren tijdens het bezoekuur, het personeelsuitje te organiseren, de dienstroosters op te stellen en toezicht te houden in de kantine, en vervolgens zou klagen over een tekort aan artsen, nou, dan wist u het wel. Maar het onderwijs weet het nog steeds niet. Een dergelijke maatregel zou het tekort overigens niet verhelpen, zeker niet op die scholen waar de problemen het ernstigste zijn. Terwijl iedereen weet van de tekorten en dat ook ziet als een probleem, lees je nooit over de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast is er nog een heel ander aspect van het lerarentekort dat nooit aandacht krijgt. Als uw dochter bijvoorbeeld maanden lang geen Franse les krijgt, omdat haar leraar ermee is opgehouden en het een tijd duurt voor een nieuwe gevonden wordt, spaart de school daarmee de salariskosten uit. Op die manier wordt er door scholen fors verdiend. Dat kan natuurlijk niet. Het betekent immers een premie voor tekortschieten. Dat geld dienen ze te besteden aan vervangende onderwijsvoorzieningen om het gemis aan lessen te compenseren. Als scholen daar niet in slagen, zouden ze het aan de ouders moeten geven als tegemoetkoming voor de kosten die zij moeten maken voor huiswerkbegeleiding of bijlessen. Wat nooit mag gebeuren is dat scholen er beter van worden als er lessen niet worden gegeven. Enkele jaren geleden werd het bestuur van de school van Van Haperen door de minister op de vingers getikt omdat het zijn reserves belegde in aandelen. Dat waren aandelen zonder risico, zo luidde de verdediging. Inmiddels zullen ze er ook daar achter zijn gekomen dat risicoloze aandelen niet bestaan. Het zal toch niet de bedoeling zijn dat besturen hun reserves nu weer aanvullen met niet gegeven lessen. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
