Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Opzienbarend nieuws

Opzienbarend nieuws


datum plaatsing

07-06-2003

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Vandaag heb ik het genoegen u te verrassen met opzienbarend nieuws. Zo ongelooflijk, zo nieuwswaardig dat het eigenlijk op de voorpagina zou moeten staan. Als hoofdartikel. Dat nieuws luidt: ER IS EEN TEKORT AAN LERAREN. Ja, u leest het goed. Er zijn te weinig leraren. Nu, en over een tijdje ook. Sterker nog, het probleem wordt alleen maar groter. Want de sector is vergrijsd. Buiten dit heb ik nog ander opzienbarend nieuws: morgen vroeg kunt u, als u tijdig opstaat, getuige zijn van het verschijnsel dat de zon opgaat. Dat is al jaar en dag zo, hoor ik u tegenwerpen. Dat kan wel zo zijn, maar dat geldt net zo zeer voor dat lerarentekort. Waarom was dit verschijnsel enkele weken geleden voor deze krant groot nieuws, terwijl u de gevolgen daarvan al jaar en dag om u heen ziet: dat lessen uitvallen, aantal schooldagen wordt ingekrompen, bepaalde vakken soms maandenlang niet worden gegeven. Het was nieuws omdat de inspectie er aandacht aan besteedde. Inmiddels hoort u er niemand meer over, want zoals alle vervelende zaken die onafwendbaar zijn, is ook dit probleem voorwerp van collectieve verdringing.
Onafwendbaar: de belangstelling voor de lerarenopleidingen is bij lange niet toereikend om de vacatures als gevolg van de massale uitstroom van ouderen te vullen, en de zij-instromers geven ook maar beperkt soelaas. Veel leraren verwisselen al na een paar jaar het onderwijs voor een baan elders, voor bepaalde vakken zijn helemaal geen leraren meer te vinden. Die lessen worden dus gegeven door onbevoegde krachten. De ouderen die met pensioen gaan, hebben in de regel een voltijdse baan. Door de vervrouwelijking van het beroep kiezen de meeste docenten voor een part time baan. Vroeger hielden ze die baan vast als ze kinderen kregen, want opgestaan was plaats vergaan. Nu, met het tekort, bestaat die rem niet meer. Bovendien: wie het onderwijs verlaat, komt niet altijd terug. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.
Niemand heeft er belang bij deze boodschap te bevestigen. Zo is de hoge ambtenaar van het ministerie er als de kippen bij om publiekelijk de ernst van de tekorten te relativeren. Het valt mee, op het ministerie zitten ze heus niet stil, en meer van die volstrekt onzinnige bezweringen. De directeur van een lerarenopleiding werpt tegen dat de belangstelling voor het beroep aantrekt, en dat het tekort zeker in het Amsterdamse basisonderwijs absoluut geen probleem vormt. De rector van een scholengemeenschap noemt de door mij geschetste toekomstvisie wel erg zwartgallig; natuurlijk zijn er hier en daar kleine problemen, maar tot dus ver hebben we die altijd kunnen oplossen. Zegt dus de rector. Maar de leerlingen klagen over de vele tussenuren en de ouders over lesuitval. Het ministerie wil het mooi houden en de scholen al helemaal. Dus zeggen ze dat het niet erg is en ook niet erg zal worden, want wij hebben goede contacten met een lerarenopleiding, in onze streek zijn de woningen nog betaalbaar, maar inmiddels houden veel scholen met kunst- en vliegwerk de zaak draaiend. Op een wijze die lang niet altijd verantwoord is, met veel lesuitval of lessen gegeven door incompetente leraren. Deze verschijnselen doen zich het veelvuldigst voor op die scholen waar opinion leaders als Kamerleden, hoge ambtenaren, goed opgeleide ouders en journalisten hun kinderen meestal niet hebben zitten: de onderste regionen van het onderwijs. Men ziet het wel, maar te weinig en scholen en verantwoordelijken relativeren het probleem. En dan komt de inspectie vertellen dat het echt ernstig is, en dan is het even, een paar dagen, nieuws.
Morgen, voorspel ik, gaat weer de zon op.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: