Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Junior College

Junior College


datum plaatsing

10-05-2003

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Volksvertegenwoordigers doen hun werk in naam van u en van mij en van ons allemaal. Maar zodra ze hun stem laten horen over het onderwijs, gebeurt er iets vreemds. Ze doen dan namelijk niet wat wij ouders wenselijk vinden, maar iets wat daar soms heel ver van afwijkt. Omdat dat goed zou zijn voor iets zo abstracts en ongrijpbaars als Het Onderwijs. En dat in naam van een ideologie.
Oorspronkelijk leidde het lager beroepsonderwijs de leerlingen op voor een beroep. Ze leerden er een ambacht, en als ze de kwaliteiten hadden om zich daarin verder te ontwikkelen konden ze doorstromen naar het middelbaar en in sommige gevallen zelfs van daar naar het hoger beroepsonderwijs. Hoewel veel leerlingen zich daar uitstekend op hun plaats voelden, zelfbewustzijn ontwikkelden door het leren van een vak, meenden veel politici dat het ook voor deze leerlingen beter zou zijn zich langer algemeen te scholen. Het lager beroepsonderwijs werd omgevormd tot voorbereidend beroepsonderwijs. Deze mavoïsering heeft ertoe geleid dat leerlingen die vroeger in dat schooltype succesvol waren dankzij het beroepsgerichte karakter van de opleiding, zich er niet langer thuis voelden. Zo werd het vbo als schooltype voor steeds minder leerlingen aantrekkelijk en ontwikkelde zich uiteindelijk tot een vergaarbak van allerlei soorten probleemleerlingen.
Een rampzalig besluit, want hiermee los je de problemen niet op. Sterker nog: die zaaien zich alleen maar verder uit, als je die jongeren de gelegenheid geeft onder te duiken in grote, anonieme scholen. Naast dit praktische bezwaar is er nog een andere, principiële reden waarom deze oplossing niet deugt.

Het gedram om de middenschool heeft het onderwijs de laatste decennia heel wat kwaad gedaan. Waarom? Omdat veel kinderen al op jonge leeftijd een bepaalde richting uitwillen. Omdat leren iets is wat alleen maar gebeurt als leerlingen daaraan meewerken, is het verstandig dat als uitgangspunt te nemen.
Nu zijn er leerlingen die al op jonge leeftijd absoluut niet meer te motiveren zijn tot abstracties als taal en rekenen. Terwijl andere leeftijdgenoten daar juist niet genoeg van kunnen krijgen. Je bent gek als je daar geen rekening mee houdt en die jongeren gaat dwingen tot allemaal hetzelfde omdat dat goed zou zijn voor de jongere in het algemeen. Die dus niet bestaat, die heel verschillend zijn. Dus is het goed dat leerlingen na de basisschool heel verschillende kanten op kunnen.
In onze Mammoetwet werd aan die verschillen recht gedaan. Daarna is aan dat schoolsysteem van alles veranderd, waarbij de uitgangspunten geweld is aangedaan en waarbij de veranderingen ook niet consistent waren.
Het lager beroepsonderwijs werd voorbereidend beroepsonderwijs, een soort mavo met veel handenarbeid. Daardoor voor die categorie leerlingen die gemotiveerd waren voor ee4n beroepsopleiding niet langer aantrekkelijk en daarmee tot een vergaarbak van probleemgevallen.
Dit had aanleiding moeten zijn om daar iets aan te gaan doen: aan die probleemleerlingen. Want hun problemen zijn zeer divers: taalarme allochtonen, kinderen uit asociale gezinnen, kleine crimineeltjes in de dop, of kinderen met specifieke leerproblemen. De opvang van deze leerlingen had moeten bestaan uit op hun problemen toegesneden begeleiding in kleine gespecialiseerde instellingen. Je hoeft niet te kunnen rekenen om te becijferen dat deze jongeren, als je dat niet doet, de maatschappij op termijn heel wat meer gaan kosten. Maar ja, dat is een zorg voor later, en zo ver kijkt de politiek niet. Die koos voor een instantoplossing: het vbo werd samengevoegd met de mavo, en zo werd het vmbo geboren.
De mavo, wat staat voor middelbaar algemeen voorbereidend onderwijs, bereidt de leerling voor op twee mogelijke leerwegen: een beroepsopleiding op middelbaar niveau of verdere theoretische scholing op de havo. Bij de introductie van de Mammoetwet werden die twee mogelijkheden onderkend als twee vanzelfsprekende doorstroommogelijkheden. De havo voor de leerlingen die in theoretische zin meer konden en wilden, voor de andere leerlingen het middelbaar beroepsonderwijs.
Door de samenvoeging van de mavo met het vbo tot vmbo wordt de mavo getrokken in de sfeer van het middelbaar beroepsonderwijs. Zelfstandige mavo’s en mavo’s opgehangen aan scholen voor havo en vwo worden door plaatselijke politici als oneigenlijke elementen, gedwongen in de richting van het vbo. De doorstroming naar de havo wordt nog eens extra bemoeilijkt doordat de scholen voor havo en vwo in lessenpakket en werkwijze (studiehuis) steeds verder afstand nemen van de mavo.
De opwaartse doorstroming in het onderwijs werd indertijd gezien als een belangrijke verworvenheid. Dit op grond van het besef dat veel kinderen niet direct terecht komen op het niveau dat zij op termijn blijken aan te kunnen. We kennen allemaal het fenomeen laatbloeier, maar, omdat de politiek geen raad wist met het vbo, heeft zij besloten dat voor dit verschijnsel in het Nederlandse schoolbestel geen plaats meer is. Maar omdat je het bestaan van dit verschijnsel niet bij wet kunt verbieden, zoeken ouders en, gelukkig, ook veel scholen naar wegen om de mogelijkheid van doorstroming van mavo naar havo toch in stand te houden.
Door het in het leven roepen van het vmbo hebben we een tweedeling gekregen in ons onderwijs. Die tweedeling vindt plaats op 12 jarige leeftijd. Dat staat uiteraard haaks op de motieven die golden voor de middenschool, nl uitstel van de keuze. Beter dan dat uitstel was de mogelijkheid tot reparatie, en daartoe bood de Mwet alle mogelijkheid. Met het vmbo is die reparatie onmogelijk gemaakt. En in welke hoek vind je de meest uitgesproken voorvechters van deze tweedeling? Onder de lokale politieke onbenullen uit vooral de PvdA-hoek.
Maar wat gebeurt er nu in Groningen, de stad van Wallage? Daar wil de PvdA de middenschool. Daar is men niet gelukkig met die vroege tweedeling. Die energie hadden de lokale bestuurders beter kunnen besteden aan voorkomen dat die tweedeling werd doorgevoerd. Uiteindelijk is de burgemeester van Groningen nog altijd de meest prominente onderwijsideoloog van zijn partij.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: