Bijzonder is heel gewoon |
|
datum plaatsing |
03-05-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
De term bijzonder suggereert dat sprake zou zijn van iets bijzonders, iets buitengewoons dus. Maar waar het gaat om scholen, is het tegendeel het geval; meer dan de helft ervan is bijzonder. Dat betekent in de meeste gevallen: christelijk of RK. Soms zijn scholen van dergelijke signatuur samengegaan tot iets interkerkelijks of oecumenisch. Op het gros van al die scholen is van die religieuze grondslag weinig of niets te merken. Zo is het niet uitzonderlijk wanneer het merendeel van de leerlingen niet uit de betreffende religieuze hoek afkomstig is, ook is het gewoon dat die scholen hun grondslag verdoezelen door die uit naamgeving en voorlichtingsmateriaal te verwijderen. Waarom die scholen hun bijzondere identiteit dan niet afwerpen? Omdat bijzonder voordelen biedt: je bent niet overgeleverd aan de politieke strapatsen van een gemeente of deelraad. Het bestuur is vaak kleinschalig, luistert naar de directie, en probeert die te steunen. Een bijzondere school heeft ook veel minder last van conflicterende belangen, zoals fuseren om het voortbestaan van een andere school te redden, de slecht functionerende leraar van elders wordt niet bij jou gedropt, de interne organisatie wordt niet door het bestuur opgelegd, er wordt rekening gehouden met het specifieke karakter van de school, etc. Dit alles zijn problemen waar openbare scholen wel onder gebukt gaan. Niet omdat gemeentelijke bestuurders het slecht voor hebben met hun scholen, maar omdat die bestuurders zich bemoeien met zaken waar ze beter buiten kunnen blijven, of meer begaan zijn met HET onderwijs dan met concrete scholen, of omdat ze hun eigen onderwijsideeën belangrijker vinden dan wat de school wil. Veel scholen hechten dus aan hun bijzondere karakter om reden van iets heel anders dan waar het voor is bedoeld. Dat kun je die scholen niet kwalijk nemen, maar wel de politiek. Die dient aan die door niets te rechtvaardigen rechtsongelijkheid een einde te maken. Daarbij zou de politiek er natuurlijk niet verstandig aan doen om al die bijzondere scholen hun geprivilegieerde positie te ontnemen. Dus zou men er verstandig aan doen door alle onderwijs bijzonder te maken en de ambtenaren die zich op gemeentelijk niveau met het wel en wee van scholen bezig houden iets nuttigs te laten doen. Nu heeft de discussie over bijzonder onderwijs een extra dimensie gekregen door het ontstaan van islamitische scholen die integratie in de weg zouden staan. Vandaar het steeds vaker gehoorde voorstel om het bijzonder onderwijs af te schaffen. Je zou kunnen zeggen dat het bijzonder onderwijs op enkele relicten na bezig was uit te sterven, dat die relicten net zo zeer behoorden tot de Nederlandse folklore als een politieke partij als de SGP, dat het om die reden niet nodig was er een eind aan te maken, maar dat de zaken anders zijn komen te liggen nu dat dreigt te leiden tot het sociaal en cultureel isolement van een substantieel deel van de Nederlandse bevolking. De voorstelling van zaken dat het stichten van islamitische scholen het gevolg zou zijn van de hang naar isolationisme is niet juist. Die scholen zijn vaak geboren uit onvrede met de kwaliteit van het onderwijs. Dat die kwaliteit in veel gevallen beroerd was, had alles te maken met genoemde bestuurscultuur van het openbaar onderwijs. Zoals de overheid tekort is geschoten in het beheer van de openbare ruimte en veiligheid in achterstandsgebieden, zo gold dat ook het onderwijs. Dus zijn ze daar voor zichzelf gaan zorgen. Groot gelijk.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
