Druk |
|
datum plaatsing |
26-04-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Kinderen hebben het druk. Dat is in de ogen van ideëel reclamemaker Sire een probleem en het is mooi dat zij zich daar bezorgd om toont. Nu is het natuurlijk zo dat de mensen die de onderwerpen die Sire onder de aandacht brengt, bedenken ongetwijfeld keurige lieden zijn, ideëel nog wel, en zoals iedereen ontlenen ook zij hun kennis van de wereld aan wat zij om zich heen zien. Dat zijn in hun kringen bijvoorbeeld kinderen die van hot naar her gesleept worden en niet de tijd wordt gegund om eens rustig niks te doen. Terwijl zij zelf, altijd in de weer met klanten en creatief zijn, hunkeren naar stilte en rust, dromen van de jaren dat hun leven niet werd geleid door een volle agenda, zien ze hoe zelfs ook hun kinderen dit niet meer gegund wordt, hoe ook zij gebukt gaan onder een overvolle agenda. Arme schapen. Maar is dat medelijden wel op zijn plaats? De kinderen zelf, zo wijst onderzoek uit, schijnen hun volle agenda niet als een probleem te ervaren en dat vind ik niet zo verwonderlijk. Ik herinner me uit mijn eigen jeugd dat we altijd gejaagd waren. Na school wisten we niet hoe hard we moesten rennen om zo vlug mogelijk in het zwembad te zijn, of op het pleintje waar we voetbalden, of op het weiland waar we een hockeybal naar elkaar toesloegen, tot we er werden weggejaagd. Als kind zat je altijd te popelen. En te oordelen naar wat ik om me heen zie, is dat nog steeds niet anders. Mam, schiet nou op, want dat is waar, nu is er iemand, meestal een mam, nodig om kinderen te brengen naar die plekken waar je vroeger naar toe rende of op de fiets naar toe racete. Voordeel voor de huidige jeugd is dat ook de keuze veel groter is dan vroeger, want als er niets te doen was, wie herinnert zich niet de eindeloze verveling van de zondag waar geen eind aan leek te komen. Maar het geldt natuurlijk niet voor iedereen. Ik weet dat sommigen juist de beste herinneringen hebben aan die eindeloze middagen, dat ze zich terugtrokken met een boek. Het mooie van de Sire-reclame is, vind ik, dat die een heel ander probleem onder de aandacht heeft gebracht: dat van al die kinderen die niet een moeder hebben met een achterbank of zitje voor zitje achter die haar kinderen naar van alles en nog wat toe brengt. Kinderen die in huis ook niet de boeken vinden die voor sommigen het niets hoeven doen tot een feest maakten. Kinderen die zich vervelen, die binnen worden gehouden omdat ze wonen in een omgeving waar op straat spelen onveilig is, of omdat binnen houden het wel zo makkelijk maakt om ze in de gaten te houden. Of omdat al die clubjes of de benodigde outfit zo duur zijn. In Amsterdam bijvoorbeeld woont negentig procent van alle kinderen in een buurt waar het niet mogelijk, althans niet verantwoord is, om op straat te spelen. Als ik overheid was zou ik me daar ernstig bezorgd om maken. Het aanbod van voorzieningen voor de jeugd zou net zo toegankelijk en vanzelfsprekend moeten zijn als het basisonderwijs. Want het is belangrijk dat kinderen hun talenten ontwikkelen. Niet alleen de talenten die te maken hebben met onderwijs, dat ze een passie ontwikkelen voor wat dan ook, hun eigen mogelijkheden leren verkennen. Ik ben er ook nog eens van overtuigd dat dit een meer dan verantwoorde investering betreft. Kinderen moeten leren zichzelf te vermaken. Maar dan moeten ze wel de mogelijkheden daartoe aangeboden krijgen. Ik vind dat we in onze maatschappij kinderen wel erg streng straffen voor het hebben van ouders die dat niet doen. Omdat ze dat niet willen of kunnen. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
