Être et avoir |
|
datum plaatsing |
12-04-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Eigenlijk heel bijzonder: een film die gaat over een onderwijzer en zijn dorpsklasje. Een film waarin helemaal niets gebeurt. Althans niets spectaculairs. De onderwijzer wordt gespeeld door een gewone, aardige, innemende man, met alle aandacht voor zijn twaalf leerlingen. Wat zeg ik, gespeeld? Er wordt helemaal niet gespeeld, die man is onderwijzer en die leerlingen en de schaarse ouders die in de film voorkomen, spelen evenmin een rol, ze zijn het gewoon. De school is gevestigd op het Franse platteland of, beter, de campagne, want plat is het land bepaald niet daar in Auvergne. De film is dus niet spectaculair en ook niet spannend. Heel even lijkt het die kant op te gaan als iedereen op zoek gaat naar een leerling tijdens een picknick. Heeft zij zich verstopt of wordt zij vermist?, dat wordt niet duidelijk en dat doet er ook helemaal niet toe, want daar gaat het niet om, om dit soort zaken. Waarom dan wel? Wat heeft die film te bieden? Heel veel blijkbaar, anders zouden er niet twee miljoen Fransen naar toe zijn gegaan. Maar ook voor Nederlanders is hij aantrekkelijk: alleen al in Amsterdam draait hij in twee bioscopen. De streek waar het schooltje staat is niet bepaald liefelijk. Dat maken de eerste beelden ook wel duidelijk als bij hevige windstoten de natte sneeuw tegen de ramen slaat en het schoolbusje zich een weg baant over besneeuwde weggetjes. De ruitenwissers, de beslagen ramen, geen idyllische beelden. En dat busje leidt naar het schooltje. Tussen twee natuurstenen pilaren een ijzeren poort van een kleur blauw zoals ze die alleen in Frankrijk kennen. En daarachter de al even levensechte eiken deur met fraai gevormde panelen. Die zouden symbool kunnen staan voor wat die film zo aantrekkelijk maakt: het is allemaal authentiek. Niets is mooier gemaakt dan het is. Het is ook niet meer dan het is en die film maakt duidelijk dat dat heel erg veel is. Temeer daar we dat zo missen; het besef dat dit alles bezig is te verdwijnen. De film eindigt met het eind van het schooljaar, als de oudsten de school verlaten. Hun vertrek doet de onderwijzer zichtbaar pijn en uit de anderhalf uur dat we hem hebben leren kennen weten we hoe echt zijn verdriet is. Net zo echt zijn de leden van de boerenfamilie die met z’n allen samen de sommen proberen op te lossen die een van de leerlingen als huiswerk heeft meegekregen. Zoals de film Amélie, die eveneens nergens over gaat, het Parijs laat zien zoals we dat allen als een archetypisch beeld in ons meedragen, zo geeft deze film ons een beeld van de Franse campagne. Toch doet de film de werkelijkheid geweld aan. Er is namelijk een verschijnsel dat een belangrijke rol speelt in het leven van het Franse platteland, maar dat in de film nergens zichtbaar aanwezig is en waar ook niet over wordt gesproken. Iets wat in iedere huiskamer aanwezig is en de hele dag aanstaat: de televisie. De moderne techniek heeft zichtbaar zijn intrede gedaan in het boerenbedrijf waar elektrisch wordt gemolken en ook in de school waar de kinderen aandoenlijk hannesen met het kopieerapparaat, maar de grote vervlakker van het leven op het platteland heeft men behoedzaam buiten de deur gehouden. De komende maanden woon ik in Frankrijk. Ook daar blijf ik dankzij krant en radio uitstekend op de hoogte van wat in Nederland gebeurt. Maar het schrijven daarover valt me dan ineens veel zwaarder. Ik word dan herhaaldelijk gekweld door de vraag waar ik me in hemelsnaam druk om maak. Hoe dat komt begrijpt u ongetwijfeld na het zien van Être et avoir. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
