Eensgezind |
|
datum plaatsing |
22-03-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Luc Ferry, de Franse minister van Onderwijs, heeft het niet gemakkelijk. Le Journal du Dimanche van afgelopen zondag tekent uit de mond van deze minister de verzuchting op dat de ene staking nog niet achter de rug is of de volgende dient zich alweer aan. Afgelopen dinsdag was het weer zo ver. De Franse minister-president Raffarin typeerde bij het aantreden van zijn nieuwe kabinet tien maanden geleden het ministerschap van Onderwijs als de moeilijkste van alle ministerposten. Dat is niet zo verwonderlijk. Zodra in Frankrijk een arbeidsvoorwaardelijk meningsverschil dreigt, gaat de boel plat. Pas daarna volgt overleg. Deze volgorde van handelen maakt deel uit van de traditionele omgangsvormen tussen werkgevers en werknemers in heel Frankrijk. Dat maakt het leven voor elke werkgever lastig, maar dat geldt helemaal voor de minister van Onderwijs, want niemand in Frankrijk heeft zo veel personeel als hij. Als die allemaal de straat opgaan … Maar het kan nog erger: nog meer dan leraren zijn er leerlingen en ouders. En ook die laten op gezette tijden van zich horen. Kortom, als de publieke opinie zich keert tegen de minister van Onderwijs is heel het land in beroering. In Frankrijk kunnen ouders, als ze dat willen, hun kinderen al vanaf hun tweede jaar naar school laten gaan. Ongeveer een derde van hen maakt gebruik van deze voorziening. Voorzichtig is de mogelijkheid geopperd om dit af te remmen. Niet in de quartiers sensibles, de probleemwijken, want voor die leerlingen is dat van belang om te voorkomen dat ze een leerachterstand krijgen, maar voor diegenen voor wie de school een gratis kinderopvang betekent. Daar zijn veel ouders tegen in opstand gekomen. Hun protestacties werden gesteund door de vakbonden, die verklaarden daar woedend om te zijn. Maar de werkelijke woede van de bonden betreft iets heel anders. De Franse regering belijdt al jaar en dag het voornemen het bestuur van het land te decentraliseren. Een belangrijke stap in die richting was het samenvoegen van departementen tot nieuwe, krachtige bestuurlijke eenheden: de regio’s. Raffarin, in het verleden zelf voorzitter van een regio-raad, heeft aan den lijve ondervonden hoe frustrerend het is bij alles afhankelijk te zijn van de centrale regering in Parijs die onvoldoende oog heeft voor de specifieke behoeften zoals die gelden in een bepaalde regio. Raffarin heeft bij zijn aantreden de decentralisatie dan ook verklaard tot speerpunt van zijn beleid. Wat het onderwijs betreft was de decentralisatie eerder al, zij het schoorvoetend, op gang gekomen. De gemeenten werden verantwoordelijk voor de basisscholen, en de departementen voor de onderbouw en de regio’s voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Niet voor het onderwijs zelf, niet voor het personeel, maar voor de materiele voorzieningen. Dit stapje naar regionale autonomie wordt door iedereen als een groot succes beschouwd. Nu is Luc Ferry gekomen met een volgende stap, namelijk om alle niet-onderwijzend personeel onder de verantwoordelijkheid van de regio’s en de departementen te laten vallen. Dit voorstel is uitermate slecht gevallen. Op het eerste gezicht is dat nogal wonderlijk, want heel Frankrijk dringt al jaar en dag aan op het terugdringen van de macht van de centrale overheid. Maar aan de andere kant willen de Fransen niets liever dan zich nestelen in de veilige schoot van Moeder Staat; hoe graag ze ook op haar kankeren. Zo kon het gebeuren dat ouders en onderwijspersoneel afgelopen dinsdag, om heel verschillende redenen maar voor het oog van de argeloze kijker eensgezind, de straat zijn opgegaan.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
