Kennisland |
|
datum plaatsing |
01-03-2003 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
De ontwikkeling van een passie zoals wetenschappelijke nieuwsgierigheid is de uitkomst van een proces dat al op jonge leeftijd wordt ingezet en hangt vrijwel altijd samen met bepaalde, inspirerende personen, meestal een leraar. Die gepassioneerde leraren, vaak misprijzend aangeduid met de term vakidioten, vormen een onmisbare schakel in niet zozeer de kennisoverdracht als wel de overdracht van drang naar kennis. Van die gepassioneerde leraren kent het onderwijs er helaas steeds minder. Het vak werd in de jaren zeventig steeds minder belangrijk gevonden. Het ging primair om de pedagogische kwaliteiten. Niet dat die overigens serieus werden genomen. Iedereen vulde die naar eigen inzicht in. Maar hoe dan ook, het ging wel steeds ten koste van het vak. Die marginalisering van vakinhoudelijke kennis kwam politici en beleidsmakers, die het onderwijs zagen als louter een kostenpost, goed van pas. Om te bezuinigen werden de bevoegdheden van leraren verruimd. Derdegraads werd zomaar tweedegraads en het gebied waar de leraar tweedegraads (soms dus derdegraads) mocht lesgeven werd stapsgewijs verruimd. De laatste 25 jaar heeft de politiek het onderwijs ernstig kunnen verwaarlozen, omdat niemand zich er druk om maakte. Tot voor zeer kort hoorde je er niemand over, want, laten we wel wezen, D66 ontdekte het onderwijs als een interessant verkiezingsitem ook pas halverwege de laatste campagne. Niet echt een reden om je op de borst te slaan. Nu duidelijk wordt dat de wal het schip gaat keren wordt iedereen wakker en zien we voor het eerst dat er op grote schaal aandacht komt voor de zoveelste aanslag op de inhoudelijke kwaliteit van het onderwijs: het voornemen van minister Van der Hoeven om de exacte vakken nog verder te marginaliseren. De protesten uit het onderwijs komen, zoals gewoonlijk als het gaat om inhouden, vooral uit de hoek van de eerstegraads leraren. Die ontdekken dat leerlingen de bovenbouw binnenkomen als wiskundige analfabeten. Voor het eerst worden hun protesten op grote schaal gehoord. Eindelijk lijkt het erop dat de bij uitstek deskundigen wat betreft de inhoud van het onderwijs, de leraren, gehoord worden. Dat is winst. Triest is dat veel van die vakinhoudelijke deskundigheid de komende jaren het onderwijs zal verlaten. De degelijk opgeleide leraren met een grondige kennis van hun vakgebied worden vervangen door goedkopere, lager opgeleide krachten, waarbij het lerarentekort er ook nog eens toe leidt dat scholen nog eens extra water in de toch al slappe wijn moeten doen. Nederland Kennisland. Ambitie is mooi, maar dit slaat echt helemaal nergens op. Het zou al mooi zijn als we erin zouden slagen niet al te zeer bij Kenniswereld achterop te raken. Dat lijkt me een realistischere doelstelling, want Nederland is al jaar en dag bezig te verdommen. Ten slotte nog iets heel anders. Leijnse is voorzitter van de HBO-raad. In die sector is op grote schaal gesjoemeld en op minder grote schaal gefraudeerd, waarbij het Rapport van de Rekenkamer overigens de vraag opwerpt waarom het sjoemelen door het Openbaar Ministerie niet ook als fraude is aangemerkt. Leijnse heeft leiding gegeven aan de organisatie van Hogescholen en had als medebestuurders mensen die in de uitvoering van de gewraakte praktijken een actieve rol hebben gespeeld. Is Leijnse een onnozele hals die niet in de gaten had wat er aan fraude en gesjoemel omging in de sector die hij vertegenwoordigt, of wist hij ervan? Zowel het een als het ander lijkt mij een goede reden om iemand niet te benoemen tot informateur. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
