Wasmiddelen |
|
datum plaatsing |
18-09-2004 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Al jaar en dag wordt er extra geld beschikbaar gesteld voor achterstandsleerlingen. Dat geld gaat naar scholen met veel kinderen van immigranten. Inmiddels is gebleken dat schoolsucces niet zo zeer samenhangt met de vraag of het gaat om kinderen van immigranten, maar met het opleidingsniveau van de ouders. En met de vraag of sprake is van een eventuele taalachterstand. Dus werd besloten in het vervolg de criteria laag opleidingsniveau ouders en taalachterstand aan te houden bij de verdeling van de achterstandsgelden. Voor alle duidelijkheid: er kwam niet minder geld beschikbaar, het bedrag bleef hetzelfde, het werd alleen anders verdeeld, eerlijker ook want conform de feitelijke handicap. Daar kon iedereen uiteraard vrede mee hebben, en het spreekt vanzelf dat scholen en hun bestuurders deze maatregel toejuichten. Nee dus. Het tegendeel was het geval. Toen Van der Hoeven met haar voorstel kwam wisten schooldirecteuren in Friesland, waar blijkbaar niet alleen de leerlingen gebukt gaan onder achterstand, te melden dat het voor hen toch allemaal niets zou uitmaken. En de scholen in de grote steden schreeuwden moord en brand, in plaats van te zwijgen en God en Allah te danken dat men daar niet eerder achter was gekomen en dat de maatregel pas per september 2006 zou ingaan. De Amsterdamse wethouder voor onderwijs Aboutaleb voorspelde zelfs een ramp voor het grootstedelijke onderwijs, terwijl hij altijd weet te vertellen dat het vroegere beleid waarbij immigranten werden doodgeknuffeld plaats dient te maken voor beleid waarbij aan immigranten dezelfde eisen worden gesteld als we gewend zijn te doen aan gewone burgers. Margo Trappenburg vond op grond van een stukje dat ze ooit had gelezen over een bepaalde streek in Friesland, ook al een andere verdeling van de achterstandsgelden heel verkeerd, waarbij ze de lezer overigens verzekerde dat ze niet wist waar ze het over had. De drang om een uitgesproken mening te hebben is bij sommigen blijkbaar zo overweldigend groot, dat ze zich er niet voor generen uitdrukkelijk te vermelden dat ze geen kaas gegeten hebben van waar ze het over hebben. Overigens: omdat de ouders van allochtone leerlingen vaak laag zijn opgeleid en hun kinderen vaak te kampen hebben met een taalachterstand gaan die scholen er straks ook niet noemenswaardig op achteruit. Het aardige van de nieuwe regeling is niet alleen dat hij eerlijker is, hij is ook bevorderlijk voor de spreiding van achterstandsleerlingen. Bij het oude beleid ging men er van uit dat scholen behoorlijk zwart moesten zijn wilden ze extra geld krijgen. Nu wordt het een persoonsgebonden budget. Dat is eerlijker want ook als je er maar weinig van hebt, vergen deze leerlingen extra aandacht. Verder is bepaald dat niet meer dan 80 procent van de leerlingen van een bepaalde school in aanmerking komt voor subsidie. Als school heb je er dus belang bij dat je niet alleen achterstandsleerlingen in huis haalt. Dit voorbeeld bewijst weer eens dat elke verandering in het onderwijsbeleid, hoe redelijk of voor-de-hand-liggend ook, weerstand oproept. Daardoor is het erg verleidelijk om als minister van onderwijs niets te doen en alles bij het oude te laten. Of het hele onderwijs te hervormen, alles op zijn kop te zetten. Dat beleid duid je dan aan met Vernieuwing. Daar wordt dan door de leraren, de mensen die weten waar ze het over hebben, wel over geklaagd, maar daarbij worden ze niet gesteund door politici en de publieke opinie, want vernieuwen, wie kan daar nou op tegen zijn, met wasmiddelen doen ze dat toch ook? [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
