Het bordje van Van der Hoeven |
|
datum plaatsing |
03-07-2004 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Enige tijd geleden debatteerde de Tweede Kamer met minister Van der Hoeven over de talrijke problemen waar zij op het ministerie van OCW mee te kampen heeft. Bij die gelegenheid erkende Ursi Lambrechts (D66) dat die problemen weliswaar waren ontstaan onder haar voorgangers, “maar het ligt nu wel opgestapeld op uw bordje”, zo hield ze de minister dreigend voor, en ze voegde daaraan toe dat ze daardoor gebukt ging onder plaatsvervangende schaamte. Wat er allemaal aan rotzooi op het bordje van Van der Hoeven ligt, daar dient Lambrechts zichzelf niet plaatsvervangend, maar heus, echt, werkelijk voor te schamen. Als ik-weet-niet-hoe-lang-al lid van de Tweede Kamer kan het haar toch moeilijk zijn ontgaan dat het bij OCW al jaar en dag een warboel is. Tichelaar (PvdA) dreigde de minister zelfs met een motie van wantrouwen. Diezelfde Tichelaar was tot voor kort, als voorzitter van de Algemene Onderwijsbond, kind aan huis op het ministerie en dikke maatjes met van der Hoevens voorganger Hermans. Tichelaar weet dus dat waar Van der Hoeven nu mee zit opgescheept toen al op Hermans’ bordje lag. Maar Hermans werd door de PvdA nooit stevig aangepakt want die maakte deel uit van Paars en hield bovendien zijn disfunctionerende PvdA-staatssecretaris uit de wind. Het centrale probleem bij het ministerie is al jaar en dag dat er nauwelijks aandacht is voor het onderwijs van alle dag. In plaats van gewoon op de winkel te passen, het onderwijs waar mogelijk te steunen, worden overal in dat ministerie aan de lopende band plannen en plannetjes uitgedacht die, als ze al van de grond komen, ook nog eens hals over kop worden uitgevoerd. Kritiek wordt niet geduld. Wie bedenkingen heeft, is niet solidair, niet coöperatief en wordt in de hoek gezet als spelbreker. Pas als onontkoombaar duidelijk wordt dat het nieuwe plan niet deugt, wordt de zaak zo geruisloos mogelijk onder de tafel geveegd. En vervolgens richt de aandacht zich weer op iets anders. Al 15 jaar geleden viel te voorspellen dat er een tekort aan leraren zou komen, maar dat werd pas onderkend toen het zover was. De Basisvorming werd ingevoerd. Dezelfde leerstof voor iedereen. Dat ze op het vwo nu eenmaal beter kunnen leren dan op het vbo werd gewoonweg genegeerd. Ter verhoging van de status van het beroep moest er een register komen van erkende leraren. Ook dat onzinnige project werd geruisloos afgevoerd, maar het kostte wel geld, energie en aandacht die aan nuttiger zaken besteed hadden kunnen worden. Hetzelfde gold voor het plan alle leraren in te delen in drie kwaliteitscategorieën. Kennisnet moest na jarenlang geworstel alsnog een succes worden. Het verhaal is inmiddels bekend: Hermans liet zich in pakken door de fraaie verhalen van gladde lieden, en directeur-generaal Vrolijk verdoezelde zijn eigen dubieuze rol in deze affaire om vervolgens zijn eigen ambtenaren te naaien. De ondoordachte samenvoeging van de mavo met het vbo wordt inmiddels onderwijsbreed geboycot. Geheel begrijpelijk want ook deze maatregel om het vbo nieuw leven in te blazen, sloot niet aan bij de realiteit. Hetzelfde gold voor de verzwaring van de eisen voor havo en vwo, maar ook dat werd pas onderkend toen het al was ingevoerd. En dus weer afgezwakt en ten dele teruggedraaid. Want, nogmaals, dat is de rode draad van het onderwijsbeleid, dat vooral gericht lijkt te zijn op de productie van zo veel mogelijk onrust. En nu is er een minister die het onderwijs niet lastig valt met allerlei waanideeën, maar die de indruk wekt de winkel van OCW op orde te willen brengen. Reden voor de Kamer om na jarenlang gedogen van chaotisch onderwijsbeleid, haar tanden te laten zien. Ik vind dat vooral heel wonderlijk. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
